Rechtbank Amsterdam 15-12-1999, JAR 2000, 8


Overgang onderneming. Pensioen.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 8.

Een werkgever komt met zijn werkneemster overeen dat zij aanspraak kan maken op een ouderdomspensioen vanaf 22 maart 2001. Als een deel van de onderneming waarin de werkneemster werkzaam was, wordt overgenomen acht de werkneemster de nieuwe werkgever gehouden de pensioenvoorziening met ingang van de datum van overgang voort te zetten. Zij vordert betaling van de premies (NLG 7.993,24 per jaar) en van haar ex-werkgever vordert zij een onbetaald gelaten gedeelte kosten affinanciering. De kantonrechter wijst de vorderingen toe. De werkgever gaat in hoger beroep. De rechtbank is met de kantonrechter van oordeel dat er sprake is van overgang van onderneming. Vaststaat dat de werkgever met de ex-werkgever een koopovereenkomst heeft gesloten en dat de ex-werkgever zijn bedrijfsactiviteiten heeft overgedragen en dat de werkneemster is gaan werken voor de nieuwe werkgever. Dit betekent dat op grond van overgang van onderneming de werkneemster in dienst is getreden bij de nieuwe werkgever en wel onder dezelfde arbeidsvoorwaarden behalve ten opzichte van de pensioenvoorziening. Op grond van art. 1639cc BW (oud) gaan de pensioenrechten niet van rechtswege over. De vordering gebaseerd op de toezegging van de ex-werkgever moet dan ook worden afgewezen, tenzij komt vast te staan dat met de nieuwe werkgever een afzonderlijke overeenkomst met betrekking tot de pensioenvoorziening is overeengekomen. Dit acht de rechtbank niet bewezen. De koopovereenkomst houdt echter een derdenbeding in ten behoeve van de werkneemster. Volgens dit beding zou de werkneemster in dienst komen onder dezelfde arbeidsvoorwaarden die bij de oude werkgever golden. De werkneemster mocht uit die bepaling, nu zij niet betrokken is geweest bij de totstandkoming van de overeenkomst, concluderen dat de pensioenvoorziening voortgezet zou worden. Door aanvaarding van de bepaling zodra zij daarvan kennis nam, maakte de werkneemster aanspraak op voortzetting van de premiebetaling. De rechtbank bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.

Verder lezen
Terug naar overzicht