Rechtbank Amsterdam 24-11-1999, JAR 2000, 25


Gelijke behandeling. Loon. Onderwijs.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 25.

Een docente edelsmeden wordt bij haar indiensttreding in augustus 1990, op grond van haar werkervaring ingeschaald in schaal 7, nummer 1 (NLG 2.436,21 bruto per maand). Het salaris van een beginnende docent zonder werkervaring wordt vastgesteld op schaal 7, nummer 0. Een mannelijke collega wordt tegelijkertijd aangenomen en ingeschaald in schaal 8, nummer 7 (NLG 3.448,28 bruto per maand). De werkneemster stelt dat er sprake is van ongelijke behandeling. De Commissie Gelijke Behandeling is het met haar eens en oordeelt dat er sprake van indirect onderscheid, waarvoor geen objectieve rechtvaardiging is. De docente vordert vervolgens inschaling in dezelfde schaal als haar mannelijke collega en betaling van het verschil in beide salarissen. De kantonrechter is van oordeel dat nu de ervaring opgedaan in de periode dat de docente in verband met verzorging en opvoeding van haar kind niet volledig aan het arbeidsproces kon deelnemen, op grond van het RPBO niet wordt meegewogen bij inschaling en loopbaanonderbreking als gevolg van zorgtaken doorgaans vrouwen treft, er sprake is van indirect onderscheid. Dit is in strijd met art. 7:646 BW. De bedoelde ervaring kan echter niet gelijkgesteld worden met de werkervaring van personen die wel volledig aan het arbeidsproces hebben deelgenomen. Inschaling in schaal 7, nummer 3, acht de kantonrechter in dit geval redelijk. Beide partijen gaan in hoger beroep. De rechtbank is met de kantonrechter van oordeel dat de werkneemster er niet in is geslaagd aan te tonen wat de hoogte van haar laatst genoten salaris was, op grond waarvan de werkgever tot een hogere inschaling had moeten komen. Het ontbreken van de gegevens komt voor risico van de werkneemster. De rechtbank is met de kantonrechter van oordeel dat de waardering van de werkervaring voor de loopbaanonderbreking samen met de levenservaring tijdens de loopbaanonderbreking met slecht één regelnummer onvoldoende is om van gelijke behandeling te spreken. De rechtbank kan evenals de kantonrechter slechts bij benadering vaststellen welk regelnummer wel voldoende rekening houdt met de relevante werkervaring. Bovendien dient rekening te worden gehouden met het door de werkgever in vrijheid gehanteerde beloningssysteem. De rechtbank sluit zich daarom aan bij de overwegingen van en de waardering door de kantonrechter. De rechtbank bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.

Terug naar overzicht