Rechtbank Amsterdam 27-10-1999, JAR 1999, 251


Ontslag op staande voet (onwettig verzuim). Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 251.

Een 28-jarige machinebediende (bijna zeven jaar in dienst, salaris NLG 3.392,-- bruto per maand) wordt op staande voet ontslagen wegens ongeoorloofd werkverzuim ondanks telefonische sommatie om op het werk te verschijnen. De werknemer was twee dagen daarvoor met toestemming van de werkgever niet op het werk verschenen om aangifte te doen van inbraak in zijn woning. De rest van de dag is hij weggebleven, evenals de dag erna, ondanks dat hem via de Arbo-arts is verzocht contact op te nemen met de werkgever. De werknemer beroept zich op nietigheid wegens het ontbreken van een dringende reden, stellende dat hij arbeidsongeschikt was. Uit een brief van de behandelend psychiater blijkt dat de werknemer lijdt aan chronische psychose sinds september 1996. De bedrijfsarts zou hiervan op de hoogte zijn gesteld. De kantonrechter acht de brief van de psychiater onvoldoende om te oordelen dat de werknemer niet arbeidsgeschikt was. Aangezien de werkgever de werknemer diverse keren voor ontslag heeft gewaarschuwd en de werknemer desondanks niet op het werk is verschenen, terwijl hij arbeidsgeschikt was, is hij terecht op staande voet ontslagen. De rechtbank is van oordeel dat het feit dat de bedrijfsarts de werknemer al of niet ten onrechte arbeidsgeschikt heeft verklaard, de werkgever niet kan worden aangerekend. Mededelingen gedaan aan de bedrijfsarts kunnen ook niet worden gezien als mededelingen aan de werkgever. Vast staat dat de werknemer per 1 juli 1997 arbeidsgeschikt is verklaard door de bedrijfsarts en dat de werknemer vanaf die datum passend werk is gaan verrichten. Niet gebleken is dat de werknemer de werkgever heeft gemeld dat hij ziek was, zodat de werkgever ervan mocht uitgaan dat hij arbeidsgeschikt was. Aangezien de werknemer meerdere malen is gewezen op zijn tekortschietende werkhouding en dat ongeoorloofd werkverzuim niet meer getolereerd werd, is de werknemer terecht op staande voet ontslagen. Daaraan doet niet af dat de werknemer, naar later bleek, aan een psychose leed, waardoor hij zich afwijkend gedroeg. De werkgever wist dit niet en behoefde er ook geen rekening mee te houden onder de gegeven omstandigheden. De rechtbank bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.

Verder lezen
Terug naar overzicht