Rechtbank Amsterdam 28-07-1999, JAR 1999, 171


Hoger beroep ontbinding gewichtige redenen. Beoordeling. Schadeloosstelling. Ziekte (geen reïntegratieplan overgelegd).

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 171.

(Hoger beroep kantonrechter Amsterdam 28-02-1997 en 16-03-1999, JAR 1999, 87, zie hieronder, blz. ?). De arbeidsovereenkomst van een werkneemster wordt ontbonden zonder een vergoeding. De werkneemster gaat in hoger beroep, stellende dat de kantonrechter ten onrechte art. 7:685 BW buiten toepassing heeft gelaten en de werkgever ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard, ondanks het ontbreken van een reïntegratieplan. De werkneemster stelt dat zij ten tijde van het ontbindingsverzoek ziek was. De rechtbank stelt vast dat de werkneemster bij de kantonrechter geen beroep op het ziek-zijn heeft gedaan. Dit blijkt ook niet uit de overgelegde verklaringen. Wel is in een overgelegde brief van de werkneemster te lezen dat zij zich ten tijde van het ontbindingsverzoek 100% arbeidsgeschikt achtte. Desalniettemin heeft de kantonrechter ambtshalve getoetst of het ontbindingsverzoek verband hield met een opzegverbod tijdens ziekte. Aangezien er geen aanleiding was te oordelen dat de werkneemster ziek was, heeft de kantonrechter de werkgever terecht ontvankelijk geacht. De rechtbank verwerpt het beroep.

Terug naar overzicht