Rechtbank Arnhem 11-11-1999, Prg. 2000, 5381


Hoger beroep ontbinding gewichtige redenen. Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Schadeloosstelling. Goed werkgeverschap. Ziekte. Smartengeld.

Een werkneemster, ruim 20 jaar in dienst, wordt arbeidsongeschikt wegens overspannenheid. Na herstelverklaring gaat de werkneemster weer aan het werk, zij het in een lagere functie, die moet worden uitgeoefend aan het bureau van de (interim) directeur, die van tevoren had aangekondigd "moeilijk te gaan doen". Na drie weken wordt de werkneemster wederom arbeidsongeschikt en de verzekeringsgeneeskundige acht terugkeer gecontraïndiceerd. De werkneemster verzoekt vervolgens ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter wijst het verzoek toe zonder vergoeding. Vervolgens vordert de werkneemster een schadevergoeding van NLG 100.000,-- en NLG 25.000,-- smartengeld op grond van wanprestatie. De kantonrechter wijst de vordering af. De werkneemster gaat in hoger beroep, evenals de werkgever, die stelt dat de werkneemster niet ontvankelijk is, respectievelijk dat haar vordering moet worden afgewezen omdat het niet mogelijk is een vordering tot schadevergoeding, die reeds ter toetsing aan de kantonrechter is voorgelegd in het kader van een ontbindingsverzoek, opnieuw voor te leggen (zie HR 24-10-1997, Baijings/Sara Lee, NJ 1998, 257, RvdW 1997, 207, JAR 1997, 248, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1997, blz. 163 en HR 05-03-1999 Tulkens/FNV, NJ 1999, 644, RvdW 1999, 43, JAR 1999, 73, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1999, blz. 145). De rechtbank overweegt dat als gevolg van de handelwijze van de werkgever de werkneemster wederom arbeidsongeschikt is geworden en dat terugkeer niet meer mogelijk was. Er zat dus niets anders op dan dat de werkneemster een ontbindingsverzoek indiende. Na toewijzing van het verzoek zonder vergoeding kon echter niet worden verlangd dat de werkneemster het verzoek zou intrekken. Op grond van deze bijzondere omstandigheid kan de werkneemster schadevergoeding vorderen wegens het verlies van haar baan op grond van wanprestatie. De rechtbank overweegt dat de kantonrechter geen oordeel heeft gegeven over de vraag of de werkgever zich al dan niet als een goed werkgever heeft gedragen. Niet valt in te zien waarom een dergelijke toetsing niet alsnog kan plaatsvinden. De rechtbank stelt vast dat de werkgever verre van zorgvuldig is geweest in de omgang met de werkneemster, die 22 jaar vlekkeloos heeft gefunctioneerd. Van de werkneemster kon niet worden verwacht dat zij op het aanbod van de werkgever inging. De rechtbank vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de schadevergoeding, evenals het smartengeld toe, omdat de handelwijze dermate grievend is geweest dat daardoor werkneemster opnieuw overspannen is geraakt.

Verder lezen
Terug naar overzicht