Rechtbank Arnhem 29-10-2001, JAR 2001, 252


Ontbinding gewichtige redenen. Directeur; (opzegverbod bij). Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 252.

Een werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een 35-jarige werkneemster, statutair directeur ( vier jaar in dienst, salaris NLG 12.292,-- bruto per maand. De werkgever stelt daartoe dat de werkneemster de afgesproken budgetten niet zou hebben gerealiseerd en dat door haar personeelsleden zijn weggelopen. De werkneemster is sinds 11 december 2000 ziek wegens burn-out. In mei 2001 is daar een galblaasontsteking bij gekomen waarvoor zij in augustus 2001 is geopereerd. Zij verzoekt primair afwijzing van het ontbindingsverzoek en subsidiair een substantiële vergoeding. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende uit de verf gekomen dat de werkneemster zodanig slecht zou functioneren dat ontbinding op korte termijn gerechtvaardigd is. Niet is onderbouwd wat de werkneemster precies fout heeft gedaan met als gevolg dat de budgetten niet werden gehaald en evenmin staat vast dat het personeel is vertrokken als gevolg van haar wijze van leidinggeven. Daar komt bij dat de werkgever de werkneemster bij brief van 4 december 2000 heeft bericht dat er de komende periode iets moest veranderen. De werkgever gaf dus nog een kans voor herstel. De werkneemster is kort daarna echter ziek geworden. Thans wil de werkgever de werkneemster kennelijk geen kans meer geven. Op grond hiervan concludeert de rechtbank dat de beëindiging van het dienstverband van de werkneemster op dit moment op te gespannen voet staat met het ontslagverbod. Daar komt nog bij dat niet aannemelijk is geworden dat de arbeidsongeschiktheid van de werkneemster situatief is en dat niet is gebleken dat de werkgever serieuze pogingen tot reïntegratie van de werkneemster heeft gedaan. Het ontbindingsverzoek moet mitsdien worden afgewezen. Dat de verhouding tussen partijen inmiddels mogelijk is verstoord, leidt niet tot een ander oordeel, nu deze verstoring het gevolg is van het indienen, zonder voldoende juridische grond, van onderhavig ontbindingsverzoek

Terug naar overzicht