Rechtbank Breda 26-05-2004, NJF 2004, 534


Bedrijfsongeval. Aansprakelijkheid werkgever.

A geeft een bedrijf B de opdracht in het door hem gehuurde bedrijfspand een centrale koelinstallatie respectievelijk een luchtbevochtigingsinstallatie aan te leggen. B besteedt de opdracht met betrekking tot de luchtbevochtigingsinstallatie uit aan C. Een werknemer van C overkomt tijdens het installeren van de luchtbevochtigingsinstallatie een bedrijfsongeval, waardoor hij ernstig gewond raakt. De verzekeringsmaatschappij van C keert een schadevergoeding uit aan de werknemer en wenst deze gedeeltelijk te verhalen op A en B. De rechtbank is van oordeel dat het ongeval het gevolg is van schending van de zorgverplichting van C en van de onrechtmatige daad van A en B. Op grond van art. 6:102 lid 1 BW zijn zowel C als A en B in beginsel hoofdelijk aansprakelijk voor de gehele schade. Het beroep van A en B op eigen schuld van de werknemer slaagt. De werknemer wist namelijk dat het zeer gevaarlijk was om op het koelkanaal te lopen. Met betrekking tot de verdeling van de schuldlast overweegt de rechtbank dat de schade op grond van art. 6:101 BW dient te worden verdeeld in verhouding tot de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden aan de schade hebben bijgedragen. Alle omstandigheden tegen elkaar afwegend komt de rechtbank op grond van art. 6:102 BW jo. art. 6:10 lid 1 BW tot de volgende schuldverdeling: C 50%, B 20%, A 20% en de werknemer 10%.

Verder lezen
Terug naar overzicht