Rechtbank Leeuwarden 16-10-2003, JAR 2003, 260


Aansprakelijkheid werkgever. Bewijs. Ongewenste intimiteiten.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 260.

De Officier van Justitie heeft de werkgever ten laste gelegd dat deze heeft nagelaten een beleid te voeren met betrekking tot het beschermen van werknemers tegen seksuele intimidatie en/of tegen agressie en/of geweld, terwijl art. 4 van de Arbo-wet 1998 de werkgever tot een zodanig beleid verplicht, dit terwijl de werkgever wist of redelijkerwijs moest weten dat door dat nalaten levensgevaar en/of ernstige schade aan de gezondheid van één of meer werknemers is ontstaan en/of te verwachten was. De rechtbank neemt op grond van het ter terechtzitting behandelde aan dat de werkgever in de tenlastegelegde periode heeft nagelaten een beleid te voeren als bedoeld in art. 4 Arbo-wet 1998. Verder neemt de rechtbank aan dat een werknemer door een aantal collega's gedurende een langere periode zodanig is belaagd dat zijn gezondheid ernstige schade is toegebracht. Ook stelt de rechtbank vast dat de werkgever met de onheuse bejegening bekend was, doch dat hij daarop niet adequaat heeft gereageerd. De rechtbank is echter van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de toegebrachte gezondheidsschade bij de betreffende werknemer een zodanig rechtstreeks gevolg is van de afwezigheid van het in art. 4 Arbo-wet bedoelde beleid, dat de schade aan dat nalaten kan worden toegerekend. Dat betekent dat het tenlastegelegde feit niet kan worden bewezen en dat vrijspraak moet volgen. Dit zou anders kunnen zijn, aldus de rechtbank, als de werkgever was tenlastegelegd dat hij had nagelaten adequate maatregelen te treffen nadat hem was gebleken dat de gezondheid van de werknemer ernstig gevaar liep doordat deze het slachtoffer was van seksuele intimidatie, agressie en/of geweld. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat art. 33 Arbo-wet bepaalt dat overtreding van in dat artikel genoemde bepalingen eerst dan een strafbaar feit oplevert als sprake is van herhaalde overtreding van een regel waaraan in eerste aanleg een bestuursrechtelijke sanctie is verbonden. Art. 4 Arbo-wet behoort tot deze bepalingen. Een eerste schending van dit artikel levert daarom geen strafbaar feit op.

Terug naar overzicht