Rechtbank Maastricht 02-03-2000, JAR 2000, 190


VUT.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 190.

(Hoger beroep van Kantonrechter Heerlen 20-02-1998, JAR 1998, 230, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1998, blz. 391). De kantonrechter had geoordeeld dat het redelijk zou zijn dat twee VUT-fondsen naar rato zouden bijdragen in de VUT-uitkering van een werknemer. Het VUT-fonds dat niet wilde bijdragen handelde, volgens de kantonrechter, onrechtmatig tegenover het VUT-fonds dat de gehele uitkering aan de werknemer moest verstrekken. De rechtbank vernietigt het vonnis van de kantonrechter. Het feit dat het VUT-fonds, dat de uitkering aan de werkneemster moest doen, daartoe gehouden was ondanks het feit dat de werkneemster bij dat VUT-fonds niet aan de tienjaars eis had voldaan, brengt nog niet met zich mede dat het andere VUT-fonds (waarbij de werkneemster voordien was aangesloten) naar evenredigheid zou moeten bijdragen. Dat zou mogelijk slechts anders kunnen zijn indien zou blijken dat bij VUT-fondsen zich onaanvaardbaar financiële gevolgen zouden voordoen of de meerderheid van de VUT-fondsen ter voorkoming daarvan (wederkerigheids)overeenkomsten heeft gesloten, hetgeen echter niet gebleken is.

Verder lezen
Terug naar overzicht