Rechtbank Maastricht 05-07-2001, Prg. 2001, 5722


Bedrijfsongeval.

(Zie voorgeschiedenis Kantonrechter Heerlen 05-07-2000, Prg. 2000, 5567, Rechtspraak- overzicht Arbeidsrecht 2000, blz. 38). De kantonrechter acht de werkgever aansprakelijk voor het bedrijfsongeval van zijn werkneemster die ten gevolge van het zich snijden met een gekarteld broodmes volledig arbeidsongeschikt raakt. In hoger beroep overweegt de rechtbank dat het hier gaat om de vraag of de werkgever tekort is geschoten in zijn zorgplicht ex art. 7:658 lid 1 BW. Onder zorgplicht verstaat de rechtbank die maatregelen die, gelet op alle omstandigheden, redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden schade lijdt. Daarbij dient te worden uitgegaan van de normale door de werknemer in acht te nemen oplettendheid. Gelet op de omstandigheden (voldoende ruimte, geen afleiding, geen grote werkdruk, ruime werkervaring) is de rechtbank van oordeel dat de werkgever niet tekort is geschoten in zijn zorgplicht. Bovendien wijken de werkzaamheden (het smeren van broodjes) niet af van de werkzaamheden die ook thuis regelmatig voorkomen en waarvoor geen bijzondere aandacht of kennis is vereist. De werkgever had gezien de aard van de werkzaamheden en de normale oplettendheid die van de werkneemster mag worden verwacht, niet kunnen voorzien dat de werkzaamheden onder de gegeven omstandigheden dusdanig gevaarlijk waren dat het nemen van maatregelen geboden was. Ook door het achterwege laten van een waarschuwing voor het nieuwe, pas geslepen, broodmes is de werkgever niet te kort geschoten in zijn zorgplicht. De rechtbank vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen af

Terug naar overzicht