Rechtbank Maastricht 18-10-2001, JAR 2002, 95


Aansprakelijkheid werkgever. Bedrijfsongeval (met auto van de werkgever). Bewijs. Goed werkgeverschap.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 95.

De werknemer, als chauffeur/koerier in dienst, is in september 1998 met de door hem op dat ogenblik in het kader van zijn dienstbetrekking bestuurde, aan de werkgever toebehorende bestelauto, met grote snelheid aangereden tegen een pilaar van een tankstation. Als gevolg van dat ongeval is de werknemer zeer ernstig gewond geraakt en is hij nog steeds volledig arbeidsongeschikt. Ook is er schade ontstaan aan de bestelbus en het tankstation. De werknemer leed aan diabetes. Zijn persoonlijke schade wordt niet gedekt onder de door de werkgever in het kader van haar bedrijfsvoering gesloten AVB-verzekering. De werknemer vordert schadevergoeding van de werkgever. Deze houdt op zijn beurt de werknemer aansprakelijk voor de schade omdat de werknemer bewust roekeloos zou zijn geweest. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de werkgever op grond van art. 7:611 BW aansprakelijk is tenzij de werkgever aantoont dat de werknemer bewust roekeloos is geweest. Op het hoger beroep van de werkgever overweegt de rechtbank dat, anders dan de kantonrechter heeft geoordeeld, de werkgever niet aansprakelijk is enkel vanwege het feit dat hij geen Schadeverzekering Inzittenden voor zijn chauffeurs heeft afgesloten. Niettemin is de werkgever, tenzij bewuste roekeloosheid van de werknemer wordt aangetoond, aansprakelijk voor de schade van de werknemer. Dit volgt uit het arrest van de Hoge Raad inzake Vonk/Van der Hoeven (HR 12-01-2001, RvdW 2001, 31, JOL 2001, 26, NJ 2001, 253, JAR 2001, 24, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2001, blz. 9) en uit de volgende omstandigheden: (1) de werkzaamheden van de werknemer hielden in dat hij deelnam aan het wegverkeer met daaraan de inherente kans dat schade wordt geleden door een ongeval, (2) het ongeval heeft plaatsgevonden op een moment dat de werknemer uit hoofde van zijn arbeidsverhouding de bestelbus bestuurde, (3) de werkgever heeft de financiële gevolgen van een ongeval als het onderhavige voor werknemers als de werknemer niet verzekerd, (4) bestuurders die uit hoofde van hun arbeidsverhouding een motorrijtuig van de werkgever besturen, kunnen zichzelf niet verzekeren, en (5) het ervaringsfeit dat de dagelijkse omgang met auto's ertoe kan leiden dat niet steeds de vereiste voorzichtigheid in acht wordt genomen. Niet vast staat, naar het oordeel van de rechtbank, dat de werknemer bewust roekeloos heeft gehandeld. Mogelijk is dat deze, zoals hij zelf stelt, kort bewusteloos is geweest mogelijk als gevolg van zijn ziekte. Het kan zijn dat dit weer kwam doordat de werknemer zich niet hield aan de hem voorgeschreven leefregels en medicatie, maar dit staat niet vast. …

Verder lezen
Terug naar overzicht