Rechtbank Middelburg 04-04-2001, NJkort 2001, 39, Prg. 2001, 5708, NJ 2001, 545


Gelijke behandeling. Zwangerschap. Vakantie. Onderwijs.

(Zie voorgeschiedenis Kantonrechter Middelburg 10-01-2000, JAR 2000, 93, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2000, blz. 159). Een docente, wier zwangerschapsverlof en bevallingsverlof samenvalt met de kerstvakantie respectievelijk de voorjaarsvakantie verzoekt toevoeging van het vakantieverlof aan haar bevallingsverlof. De werkgever wijst het verzoek af omdat de CAO en het rechtspositiebesluit onderwijs (RPBO) dit niet toestaan. Volgens de Commissie Gelijke Behandeling betekent het ontbreken van een compensatie- regeling indirect onderscheid op grond van geslacht. De kantonrechter stelt vast dat uit het ontbreken van een samenvalbepaling niet volgt dat bij samenval geen vakantieverlof wordt genoten en de aanspraak op misgelopen vakantie verloren gaat. De kantonrechter veroordeelt de werkgever de werkneemster 13 vakantiedagen te laten opnemen. De rechtbank in hoger beroep is van oordeel dat het ontbreken van een compensatieregeling discriminerend is voor vrouwen. Door van bevallingsverlof gebruik te maken krijgen zij minder vakantiedagen dan hun mannelijke collega's. Volgens de rechtbank is er sprake van directe discriminatie (onderscheid op grond van zwangerschap en bevalling), hetgeen ongeoorloofd is. "De aard van het werk" waarop de werkgever zich beroept, acht de rechtbank geen rechtvaardigings- grond. Het is begrijpelijk dat de arbeidsvoorwaarden zijn afgestemd op het zoveel mogelijk laten samenvallen van de aanwezigheid van docenten en leerlingen en dat deze ook tegelijkertijd vakantie hebben. Een dergelijke afstemming kan geen afbreuk doen aan het recht op vakantie. Het feit dat er nog een groot aantal verlofdagen resteert en het feit dat in het onderwijsbudget geen ruimte is voor kosten van vervanging zijn ook geen argumenten ter rechtvaardiging. Dit geldt ook voor de "krapte op de arbeidsmarkt", omdat het maar om een betrekkelijk korte verlofperiode gaat en de krapte op de arbeidsmarkt de individuele werknemer niet aangaat. Ook is er volgens de rechtbank geen sprake van positieve discriminatie. De rechtbank verwerpt het beroep

Terug naar overzicht