Rechtbank Middelburg 05-11-2003, JAR 2003, 291


CAO. VUT.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 291.

(Zie voorgeschiedenis Kantonrechter Terneuzen 22-08-2001, JAR 2001, 193, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2001, blz. 110 en Kantonrechter Terneuzen 12-12-2001, JAR 2002, 29, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2002, blz. 112). De "werknemers" zijn bij de "werkgever" in dienst geweest tot zij met de VUT gingen. Tijdens de dienstverbanden gold de ziektekostenregeling van de "werkgever". Deze hield in dat de "werkgever" na beëindiging van het dienstverband de premies van de ziektekostenverzekeringen zou blijven betalen. Op 1 augustus 1999 heeft de "werkgever" zijn activiteiten gestaakt. In mei 1999 heeft de "werkgever" een sociaal plan in de vorm van een CAO gesloten met de vakbonden. Dit sociaal plan hield onder meer in dat de premies voor de ziektekostenverzekering tot en met 31 december 2000 voor rekening van de "werkgever" zouden komen. De "werkgever" heeft onder verwijzing naar deze bepaling vanaf 1 januari 2001 geen premies meer betaald. De "werknemers" hebben in rechte veroordeling van de "werkgever" gevorderd om de ziektekostenpremies te blijven betalen. De kantonrechter heeft hun vordering toegewezen. De vordering van de "werkgever" en de vereffenaar in reconventie, strekkende tot ontbinding van de overeenkomst inzake voortzetting van de premiebetaling wegens onvoorziene omstandigheden, is door de kantonrechter afgewezen. Op het hoger beroep van de "werkgever" en de vereffenaar overweegt de rechtbank, evenals de kantonrechter, dat de "werknemers" niet gebonden zijn aan het sociaal plan dat de "werkgever" in mei 1999 heeft gesloten, nu zij op dat moment niet meer bij de "werkgever" in dienst waren. De Wet op de CAO heeft weliswaar een ruime strekking, aldus de rechtbank, maar deze strekking gaat niet zo ver dat ook ten aanzien van ex-werknemers bij CAO voor die ex-werknemers bindende afspraken kunnen worden gemaakt. Dit wordt niet anders indien de betrokken "werknemers" op het moment van sluiting van de CAO nog lid waren van een vakbond die partij was bij de CAO. Het beroep van de "werkgever" op onvoorziene omstandigheden wordt ook door de rechtbank afgewezen. De rechtbank acht weliswaar onvoorziene omstandigheden aanwezig, maar is van oordeel dat deze niet zodanig zijn dat de ex-werknemers naar redelijkheid en billijkheid geen ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst mochten verlangen. Met de kantonrechter is de rechtbank van mening dat dit niet betekent dat de "werkgever" tot in lengte van jaren premies moet gaan betalen. De rechtbank zal echter niet, zoals gevraagd door de "werkgever", beslissen wat een redelijke afkoopsom of opzegtermijn zou zijn. Het is aan…

Verder lezen
Terug naar overzicht