Rechtbank Middelburg 20-03-2002, JAR 2002, 131


Bepaalde tijd. Gefixeerde schadevergoeding. Proeftijd.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 131.

Partijen zijn op 5 juni 2000 een arbeidsovereenkomst aangegaan voor de duur van een jaar en zijn daarbij een proeftijd van acht weken overeengekomen. Tijdens deze proeftijd heeft de werkgever de werknemer ontslagen. De werknemer heeft gesteld dat het proeftijdbeding nietig is omdat de duur ervan te lang is en het ontslag aldus schadeplichtig. De kantonrechter heeft zijn vordering tot betaling van schadevergoeding afgewezen onder meer op de grond dat aangenomen mag worden dat de werknemer ook zou hebben ingestemd met een proeftijd van één maand en het ontslag dan wel rechtsgeldig zou zijn geweest. De rechtbank overweegt dat, anders dan de kantonrechter had geoordeeld, de wetgever met de totstandkoming van de Wet Flexibiliteit en zekerheid niet heeft beoogd om een wijziging of verandering aan te brengen in het in de vaste rechtspraak van de Hoge Raad ontwikkelde beginsel van de zogeheten ijzeren proeftijd. De rechtbank neemt om die reden tot uitgangspunt dat dat beginsel nog altijd opgeld doet, met als gevolg dat het tussen partijen overeengekomen proeftijdbeding nietig is. Met betrekking tot de vraag of het nietige proeftijdbeding kan worden geconverteerd in een wel geldig beding stelt de rechtbank voorop, dat de hier bedoelde Wet Flexibiliteit en zekerheid juist ten aanzien van proeftijdbedingen een regeling heeft willen treffen die ten aanzien van de wijze waarop en de maximumduur waarvoor een proeftijd wordt aangegaan niets aan duidelijkheid te wensen overlaat. Deze omstandigheid, gevoegd bij de tot nu toe in de rechtspraak aangenomen onmogelijkheid om een nietig proeftijdbeding om te zetten in een wel geldig proeftijdbeding, brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat van de door de werkgever gewenste omzetting geen sprake kan zijn. Het gevolg van het feit dat het proeftijdbeding nietig is, is dat de opzegging door de werkgever als een schadeplichtige opzegging heeft te gelden. De arbeidsovereenkomst was immers aangegaan voor bepaalde tijd. De omvang van de schadevergoeding stelt de rechtbank op drie maandsalarissen, waarbij de rechtbank de korte duur van het werkelijke dienstverband in aanmerking neemt, de overeengekomen duur van één jaar en de omstandigheid dat de werknemer zeer kort na het ontslag ander werk heeft weten te vinden.

Terug naar overzicht