Rechtbank Roermond 25-01-2001, JAR 2001, 37


Ontslag op staande voet. Ziekte. Bewijs.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 37.

Een werknemer heeft zich wederom bij zijn werkgever ziek gemeld, nadat hij op 21 mei 1999 door de Arbo-arts arbeidsgeschikt is verklaard per 22 mei 1999. Op 25 mei heeft de werknemer zich weer bij de Arbo-arts vervoegd, die hem wederom arbeidsgeschikt verklaarde per 22 mei 1999. De Arbo-arts heeft gewezen op de mogelijkheid van de second opinion. Voordat de second opinion is gevraagd ontslaat de werkgever de werknemer op staande voet wegens ongeoorloofde afwezigheid en werkweigering op 22 en 25 mei 1999. Volgens de rechtbank had het op de weg van de werkgever gelegen om aan te tonen dat de werknemer - in weerwil van zijn ziekmelding - wel arbeidsgeschikt was. Het feit, dat de werkgever er op grond van de verklaring van de Arbo-arts in redelijkheid van mocht uitgaan dat de werknemer per 22 mei 1999 arbeidsgeschikt was maakt dit niet anders. Een en ander rechtvaardigt geen ontslag op staande voet. Daarbij acht de rechter het niet aanvaardbaar dat het risico van een eventuele verkeerde inschatting om zich ziek te melden met als sanctie ontslag op staande voet - nog voordat een second opinion is uitgebracht! - bij de werknemer wordt gelegd. Dan wordt immers beslissend de eigen subjectieve kijk van de betrokken werknemer op de bij hem bestaande klachten en problemen. Zulks klemt temeer nu er sprake was van een conflict. De nietigheid van het ontslag is terecht ingeroepen

Terug naar overzicht