Rechtbank Rotterdam 05-11-2003, NJF 2004, 104


Bedrijfsongeval. Aansprakelijkheid werkgever. Bewijs.

Een werkgever (A) betaalt gedurende het eerste ziektejaar van een werknemer, die aan mesothelioom lijdt, het loon volledig door. Nadat de werknemer is overleden, vordert A van een vroegere werkgever (B), waar de werknemer heeft gewerkt met asbest, op grond van art. 6:107a lid 2 BW (verhaalsrecht werkgever voor doorbetaling van loon) terugbetaling van het loon. De rechtbank is met B van oordeel dat het recht van A op grond van art. 6:107a BW niet neerkomt op subrogatie. Dat wil echter niet zeggen dat niet kan worden uitgegaan van art. 7:658 BW bij de vaststelling van de aansprakelijkheid van B. Uit de wettekst van art. 6:107a BW in samenhang met art. 6:197 BW (beperking verhaalsrecht) volgt niet dat de aansprakelijkheid van B terzake van de beroepsziekte op grond van andere normen moet worden vastgesteld dan die van art. 7:658 BW. Met betrekking tot de aansprakelijkheid van B op grond van art. 7:658 BW overweegt de rechtbank dat de schade moet zijn ontstaan in de uitoefening van de overeengekomen werkzaamheden. In dat geval is de werkgever in beginsel aansprakelijk, tenzij hij zijn zorgplicht is nagekomen of er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Als B niet kan bewijzen aan zijn zorgplicht te hebben voldaan dan is er sprake van een causaal verband en staat de aansprakelijkheid in principe vast, tenzij B bewijst dat nakoming van de zorgplicht de ziekte niet zou hebben kunnen voorkomen. De rechtbank overweegt dat uit de stellingen van A niet vaststaat dat de werknemer is blootgesteld geweest aan asbest tijdens zijn werkzaamheden. Zijn handgeschreven verklaring is onvoldoende bewijs. A zal dan ook worden toegelaten tot bewijslevering. Als A slaagt in het bewijs, dan dient B te bewijzen dat hij zijn zorgplicht ex art. 7:658 BW is nagekomen. Slaagt B daarin niet, dan dient hij te bewijzen dat nakoming van de zorgplicht de arbeidsongeschiktheid niet zou hebben voorkomen. Alvorens over te gaan tot de bewijsopdrachten, gelast de rechtbank comparitie van partijen.

Verder lezen
Terug naar overzicht