Rechtbank Rotterdam 30-09-1999, JAR 1999, 230


Aansprakelijkheid werkgever. Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling. Smartengeld. Ongewenste intimiteiten.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 230.

Een werkneemster (acht jaar in dienst van een ziekenhuis, waarvan de laatste twee jaar in dienst van een maatschap van longartsen, op basis van een 20-urige werkweek) meldt zich ziek en dient een klacht in over seksuele intimidatie door een van de longartsen. De Geschillencommissie acht de klachten gegrond, op grond waarvan de werkneemster vier andere functies worden aangeboden. Als sollicitatie niet tot een andere functie leidt, verzoekt de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van NLG 45.000,-- bruto. De werkneemster die meent dat de werkgever niet aan zijn zorgplicht ex art. 7:658 BW heeft voldaan, vordert een schadevergoeding. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever niet aan zijn zorgplicht heeft voldaan doch dat dit geen reden is voor een schadevergoeding. De rechtbank overweegt dat gelet op de maatschappelijke ontwikkelingen vanaf ongeveer 1990, van de werkgever mocht worden verwacht dat hij een samenhangend beleid zou voeren ter voorkoming van seksuele intimidatie op het werk. De rechtbank is van oordeel dat de daaruit voortvloeiende zorgplicht valt onder art. 7:658 BW. Het ziekenhuis heeft een dergelijk beleid niet gevoerd en is dus aansprakelijk voor de schade van de werkneemster. De rechtbank is met de kantonrechter van oordeel dat er geen reden is voor een materiële schadevergoeding omdat in de ontbindingsprocedure ook rekening is gehouden met de verwijten die de werkneemster de werkgever heeft gemaakt. Ten aanzien van het gevorderde smartengeld ligt dit anders. De door de werkneemster geleden smart als gevolg van de seksuele intimidatie is niet genoeg vergoed door de schaderegeling die de werkneemster met de longarts is overeengekomen (NLG 12.000,--). Gezien het door de werkneemster gevorderde bedrag (NLG 20.000,--) kan de werkneemster aanspraak maken op het verschil. De rechtbank veroordeelt de werkgever tot betaling van NLG 8.000,-- smartengeld.

Terug naar overzicht