Rechtbank 's-Gravenhage 03-02-1999, JAR 1999, 84


Gezagsverhouding.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 84.

Een consultant met een eenmansbedrijf komt met een opdrachtgever bepaalde veiligheidswerkzaamheden overeen ad NLG 100,-- per uur. De consultant kan daartoe instructies ontvangen over het resultaat van de werkzaamheden doch niet over de wijze waarop dit wordt bereikt. Daarnaast is de consultant niet verplicht de werkzaamheden zelf uit te voeren. De consultant stelt dat de relatie in de loop der tijd een arbeidsovereenkomst is geworden en vordert ter zake een verklaring voor recht, onder verwijzing naar een eerdere ontbindingsbeschikking. Volgens de kantonrechter biedt deze beschikking geen steun omdat zij voorwaardelijk is gegeven en uitdrukkelijk is overwogen dat in het midden kan worden gelaten of de relatie een arbeidsovereenkomst is. De kantonrechter wijst de vordering af. De rechtbank overweegt in hoger beroep, verwijzend naar HR 14-11-1997 (Groen/Schoevers), NJ 1998, 49, (RvdW 1997, 231, JAR 1997, 263, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1997, blz. 121) dat voor beantwoording van de vraag of tussen partijen een arbeidsovereenkomst heeft bestaan, uitgangspunt is hetgeen partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond en de wijze waarop zij daaraan feitelijk uitvoering hebben gegeven. Vast staat dat de destijds gesloten overeenkomst geen arbeidsovereenkomst is, omdat daarin met zoveel woorden is bepaald dat de consultant als zelfstandige ondernemer werkzaam zal zijn en niet in dienst treedt. Bovendien is een uurtarief overeengekomen dat aan de hand van facturen, vermeerderd met BTW, werd uitbetaald. Niets is bepaald over werktijden, vakantiedagen, over loon bij ziekte en pensioenopbouw. Ook ontbreekt de gezagsverhouding, niet alleen volgens de overeenkomst maar ook feitelijk. Daarnaast heeft de consultant werkzaamheden als zelfstandige verricht voor een andere aan de onderneming gelieerde vennootschap. Voor het aanvaarden van een dienstverband pleit wel dat de consultant een eigen werkkamer had met telefoonaansluiting en op kosten van de onderneming een opleiding heeft gevolgd. Dit is gezien de overige omstandigheden echter onvoldoende om een arbeidsovereenkomst aan te nemen. Aan het feit dat de bedrijfvereniging verzekeringsplicht heeft aangenomen, komt geen betekenis toe nu de normen van het sociaal verzekeringsrecht in dit opzicht anders zijn dan die van het burgerlijk recht.

Terug naar overzicht