Rechtbank 's-Gravenhage 06-12-2000, JAR 2001, 19


RDA-vergunning. Kennelijk onredelijk ontslag. Ziekte. Schadeloosstelling (C=0,9).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 19.

Een werknemer (53 jaar, 26 jaar in dienst, salaris NLG 5.779,15 bruto per maand) had vanaf 1979 last van rugklachten, gepaard gaande met stress en migraine. Toen hij in 1986 hoofdopzichter werd, was voor hem het zware werk verleden tijd en werden zijn klachten beduidend minder. Als gevolg van een privatisering per 1 januari 1994 moest de werknemer vanuit zijn leidinggevende positie naar een meewerkende functie (als monteur) gaan. Hierna is hij regelmatig uitgevallen wegens rugklachten. Nadat hij in juli 1996 opnieuw door zijn rug was gegaan, heeft de werknemer gedurende negen maanden halve dagen gewerkt, waarbij hij eens in de vier weken een avonddienst diende te verrichten waarbij relatief veel monteurswerk moest worden verricht. Zijn verzoek om zijn 50% werk overdag te doen, werd afgewezen. In april 1997 heeft de werknemer zijn werkzaamheden op aanraden van de Arbo-arts neergelegd. De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst per 1 maart 1999 opgezegd, zonder een vergoeding aan te bieden. De werknemer acht dit ontslag kennelijk onredelijk. De kantonrechter heeft geoordeeld dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat werknemers arbeidsongeschiktheid verband houdt met zijn werk en de privatisering, en de werkgever veroordeeld tot een schadevergoeding van NLG 80.000,--, hierbij o.m. rekening houdend met het arbeidsongeschiktheidspercentage van de werknemer van 55-65%, de relatie arbeidsongeschiktheid en werk, de onmogelijkheid voor de werkgever om passend werk te bieden en het feit dat de werkgever de laatste twee jaar het loon van de werknemer heeft doorbetaald. De werkgever bestrijdt dat de arbeidsongeschiktheid van de werknemer verband houdt met diens werk en voert aan dat werknemers klachten ook door zijn privé-situatie zouden kunnen zijn veroorzaakt. In hoger beroep verwerpt de rechtbank deze stelling van de werkgever. Feitelijk is vastgesteld dat werknemers rugklachten na 1986 beduidend minder werden en deze na 1994 zijn verergerd. Op grond hiervan alsmede op basis van een verslag van een arbeidsdeskundige en een rapportage van de algemeen verzekeringsgeneeskundige oordeelt de rechtbank dat er causaal verband bestaat tussen werknemers werkzaamheden en zijn arbeidsongeschiktheid. Ook de grief van de werkgever tegen de overweging van de kantonrechter dat het voor de werknemer niet gemakkelijk zal zijn elders een baan te vinden, faalt. In dit verband merkt de rechtbank op dat het voor een ontslagen werknemer met een leeftijd, opleiding en arbeids- en arbeidsongeschiktheidsverleden als van de werknemer - naar de ervaring leert - buitengewoon moeilijk is om na een ontslag als het onderhavige een nieuwe baan te vinden. Bij de bepaling van de hoogte van de aan de werknemer toekomende vergoeding gaat de rechtbank uit van…

Terug naar overzicht