Rechtbank 's-Gravenhage 11-04-2001, JAR 2001, 138


Hoger beroep ontbinding. Gezagsverhouding.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 138.

Op verzoek van een "werknemer" heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen hem en de "werkgever" Luzac ontbonden onder toekenning aan de "werknemer" van een vergoeding van NLG 30.000,--. De "werkgever" is tegen deze beschikking in hoger beroep gekomen, stellende dat de kantonrechter ten onrechte art. 7:685 BW heeft toegepast, nu er tussen partijen geen arbeidsovereenkomst was gesloten. De rechtbank acht Luzac ontvankelijk in zijn hoger beroep en is tevens van oordeel dat de kantonrechter inderdaad buiten het toepassingsgebied van art. 7:685 BW is getreden. Naar het oordeel van de rechtbank is tussen partijen geen arbeidsovereenkomst overeengekomen. De kantonrechter heeft kennelijk uit de taakomschrijving van de "werknemer", waarin staat dat deze als rector in dienst is van de, nog op te richten, onderneming International Luzac Foundation Inc. te Manilla, de conclusie getrokken dat, zolang de onderneming nog niet was opgericht, de "werknemer" de aanwijzingen van Luzac diende op te volgen. Gesteld noch gebleken is echter dat de "werknemer" voor Luzac reeds werkzaamheden als rector heeft verricht. Bovendien is het enkele feit dat er mogelijk een gezagsverhouding heeft bestaan onvoldoende voor het kunnen aannemen van een arbeidsovereenkomst. Ook uit de overige omstandigheden, zoals het feit dat tussen partijen nog is gesproken over een mogelijk partnerschap, blijkt naar de mening van de rechtbank dat geen arbeidsovereenkomst is gesloten. Derhalve dient de beschikking van de kantonrechter vernietigd te worden

Terug naar overzicht