Rechtbank Utrecht 01-12-1999, JAR 2000, 14


Hoger beroep ontbinding gewichtige redenen. Ziekte (onvolledig reïntegratieplan).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 14.

Een werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een werknemer, die op de dag van het verzoek arbeidsongeschikt is. Ondanks dat de werkgever een reïntegratieplan "13e week BV2" overlegt, acht de kantonrechter de werkgever ontvankelijk en ontbindt de arbeidsovereenkomst. De werknemer gaat in hoger beroep, stellende dat de kantonrechter aldus art. 7:685 BW ten onrechte heeft toegepast, omdat er geen sprake was van een recentelijk opgemaakt reïntegratieplan als bedoeld in art.71a WAO. De rechtbank is van oordeel dat aan het voorschrift van een reïntegratieplan ingeval van een ontbindingsverzoek ten aanzien van een zieke werknemer moet zijn voldaan, wil de kantonrechter toekomen aan de beoordeling van de vraag of er gewichtige redenen zijn de arbeidsovereenkomst al dan niet met vergoeding te ontbinden. Met andere woorden, indien er geen adequaat reïntegratieplan is overgelegd, kan de kantonrechter art. 7:685 BW niet toepassen. De rechtbank stelt vast dat een reïntegratieplan "13e week BV2" geen reïntegratieplan is als bedoeld in art. 7:685 BW. Het plan is niet alleen twee jaar oud, het voldoet ook niet aan de vereisten omdat Bijlage 5 ontbreekt. De rechtbank verwijst daarbij naar de kantonrechtersaanbeveling nr. 5. Dit verzuim kan in hoger beroep niet hersteld worden en de rechtbank verklaart de werkgever alsnog niet-ontvankelijk.

Terug naar overzicht