Rechtbank Utrecht 16-04-2003, Prg. 2003, 6041


Ontslag op staande voet.

Een financial controller wordt op staande voet ontslagen omdat hij regelmatig (tot een bedrag van NLG 832.282,--) betalingen heeft verricht aan zijn verschillende buitenlandse vennootschappen, waarvoor geen factuur in de boekhouding van de werkgever is aangetroffen. Bovendien correspondeerde het bankrekeningnummer van één van deze vennootschappen met het privé-nummer van de werknemer. De werknemer heeft een regeling getroffen over gedeeltelijke terugbetaling van het bedrag. De werkgever laat beslag leggen op rekeningen en een pand van de werknemer. Uit accountantsonderzoek blijkt dat de werknemer mogelijk onregelmatige betalingen heeft verricht tot een totaalbedrag van NLG 2.335.761,40. De werkgever vordert vergoeding van deze schade en van de kosten van het accountantsonderzoek (€ 196.834,93) en het verhaalsonderzoek (€ 84.360,--). De werknemer vordert in reconventie loon, opheffing van de beslagen en terugbetaling van de onverschuldigd terugbetaalde bedragen. De rechtbank stelt vast dat het de werknemer duidelijk moet zijn geweest dat hij op staande voet is ontslagen en wijst zijn loonvordering tot datum ontslag toe. De andere vorderingen van de werknemer worden afgewezen. Aangezien de werknemer, die ontkent verschillende bedragen te hebben onttrokken aan de werkgever, zijn beweringen niet kan onderbouwen, wijst de rechtbank de volledige vordering van de werkgever toe. Ook de vorderingen kosten accountantsonderzoek en verhaalsonderzoek worden toegewezen omdat die volgens de rechtbank niet bovenmatig zijn.

Verder lezen
Terug naar overzicht