Rechtbank Utrecht 19-01-2000, JAR 2000, 59


Bedrijfsongeval (aansprakelijkheid voor hulppersoon).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 59.

Een vrachtwagenchauffeur overkomt bij het laden en lossen van bundels stalen buizen die hij moest afleveren bij een klant, een bedrijfsongeval. De werknemer, die op grond van het bedrijfsreglement verplicht was deze werkzaamheden te verrichten, stelt zijn werkgever aansprakelijk voor de schade. In hoger beroep stelt de rechtbank vast dat de vraag of de werkgever aansprakelijk is, moet worden beoordeeld aan de hand van art. 7:658 BW omdat er geen bijzondere overgangsbepaling van toepassing is en de omkering van de bewijslast ten opzichte van art. 1638x BW(oud) in belangrijke mate was gerealiseerd door de Hoge Raad. Met betrekking tot de zorgplicht van de werkgever overweegt de rechtbank dat het op de weg van de werkgever had gelegen een veiligheidsinstructie met betrekking tot het laden en lossen te hanteren. Door dit niet te doen, is de werkgever tekortgeschoten in zijn zorgplicht. Daaraan doet niet af dat het bedrijfsongeval is veroorzaakt op het bedrijfsterrein van de klant, mede door een gedraging van een werknemer van die klant. Deze werknemer is in het kader van de zorgplicht van de werkgever te beschouwen als hulppersoon van de werkgever. Gedragingen van de hulppersoon dienen de werkgever te worden toegerekend. De rechtbank vernietigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt de werkgever tot vergoeding van alle schade.

Terug naar overzicht