Rechtbank Utrecht 19-07-2000, JAR 2000, 191


Ontslag op staande voet (werkweigering en bedreiging). Matiging loonvordering.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 191.

Een calculator, 37 jaar oud, vier jaar in dienst, salaris NLG 5.400,-- bruto per maand wordt op staande voet ontslagen omdat hij werk geweigerd zou hebben en zijn chef vervolgens had bedreigd (met uit het raam gooien en bril van de neus te zullen slaan en hem uit zijn kamer geduwd). Deze feiten staan vast, maar moeten beschouwd worden als een incident als een gevolg van verschil van mening of miscommunicatie. De rechtbank neemt in aanmerking het niveau van de functies, calculator respectievelijk chef calculatie, en hetgeen op grond daarvan van ieder van hen mocht worden verwacht ten aanzien van het oplossen van knelpunten. Dat brengt mede dat in een werksituatie aan de chef hogere eisen terzake communicatie en oplossen mogen worden gesteld dan aan de calculator. Weliswaar heeft de werknemer onbehoorlijk gehandeld, hetgeen aanleiding tot ontslag kan zijn, maar niet zodanig ernstig dat de zware maatregel van ontslag op staande voet gerechtvaardigd is. Met betrekking tot de daaruit voortvloeiende loonvordering heeft de werkgever betwist dat de werknemer bereid was tot de bedongen arbeid en een beroep gedaan op matiging van de loonvordering. Terzake gelast de rechtbank een comparitie van partijen, ook al heeft de werknemer daartegen geen inhoudelijk verweer gevoerd.

Terug naar overzicht