Rechtbank Utrecht 20-12-2000, JAR 2001, 20


RDA-vergunning. Kennelijk onredelijk ontslag. Schadeloosstelling (geen).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 20.

Een werknemer (thans 58 jaar, salaris NLG 4.805,-- bruto per maand) is in 1980 bij Van den Pol in dienst getreden. In 1994 heeft de moedermaatschappij van Van den Pol besloten de elektronische detailhandel, alsmede de daarbij behorende service-activiteiten te beëindigen danwel af te stoten. De service-afdeling waarbij de werknemer werkzaam was, is ondergebracht bij Memko. In oktober 1995 heeft Meopol de aandelen in Memko verworven. De naam van Memko is gewijzigd in Van den Pol Service en later in Techrep. Van den Pol/Techrep heeft de arbeidsovereenkomst met toestemming van de RDA tegen 30 november 1998 opgezegd, zonder de werknemer een financiële tegemoetkoming aan te bieden. De werknemer stelt tegen zowel Meopol als Techrep een vordering in wegens kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter heeft zijn vorderingen afgewezen. Ook de rechtbank wijst de vorderingen af. Er zijn onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld dan wel gebleken die tot de conclusie kunnen leiden dat Meopol vereenzelvigd dient te worden met Techrep, althans aansprakelijk is voor de gevolgen van het handelen of nalaten van Techrep. Anders dan de werknemer stelt is er geen sprake van een louter papieren structuurwijziging van de onderneming van Van den Pol. Ook al zou de structuurwijziging in 1995 (mede) ten doel hebben gehad eventuele ontmanteling van de service-afdeling simpeler en goedkoper te doen plaatsvinden, dan nog is dit feit onvoldoende om aansprakelijkheid van Meopol aan te nemen. Meopol was bovendien ten tijde van de structuurwijziging nog geen aandeelhoudster van Memko. De bedrijfsactiviteiten van Van den Pol zijn voorts nog jarenlang na de structuurwijziging voortgezet. Ook het feit dat Meopol en Techrop een fiscale eenheid vormen is onvoldoende. Wat betreft de vordering jegens Techrep kan volgens de rechtbank niet worden gezegd dat de gevolgen van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor de werknemer te ernstig zijn in vergelijking met het belang daarbij van Techrep. Hieraan doet niet af dat hij altijd naar behoren heeft gefunctioneerd. In dit verband is vooral van belang dat de werknemer ruim de tijd heeft gehad zich op het ontslag voor te bereiden, terwijl de mogelijkheden om in zijn eigen beroep bij een ander bedrijf werkzaam te zijn in voldoende mate aanwezig waren. Dat de werknemer niet direct een ander (vast) dienstverband met een vergelijkbaar salaris verkreeg, is onvoldoende reden voor toekenning van een ontslagvergoeding. De opvatting dat de schadevergoeding mede zou moeten worden vastgesteld op basis van de werkelijk schade die uit het ontslag voortvloeit is immers onjuist. De stelling van de werknemer dat Techrop kunstmatig verliezen heeft gecreëerd faalt, nu het op de weg van de werknemer had gelegen in de…

Terug naar overzicht