Rechtbank Utrecht 26-07-2000, Prg. 2000, 5527


Bepaalde tijd. Wederzijds goedvinden.

Een advocatenkantoor vordert de gefixeerde schadevergoeding van een stagiaire wegens onregelmatige opzegging na een jaar van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van drie jaar. Zowel de kantonrechter als rechtbank in hoger beroep wijzen de vordering af, omdat in het overleg met de Orde van Advocaten de werkgever had ingestemd met overstap van de werknemer naar een ander kantoor. Daardoor is de onregelmatigheid van een voortijdige opzegging komen te vervallen. Het voorbehoud dat de werkgever bij de instemming had gemaakt over schadevergoeding wegens wanprestatie te vorderen doet hieraan niet af. Ook al bevatte de overeenkomst blijkbaar niet de mogelijkheid van tussentijdse opzegging overweegt de rechtbank bovendien dat de werknemer voldoende reden had voor de tussentijdse opzegging en ook om die reden de vordering niet toewijsbaar zou zijn.

Verder lezen
Terug naar overzicht