Rechtbank Utrecht 29-05-2002, JAR 2003, 55


Aansprakelijkheid werkgever.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 55.

De werkgever heeft als onderdeel van een personeelsfeest op een zaterdag een barbecue-arrangement geregeld. Enkele werknemers hebben, nadat de maaltijd was beëindigd, lampenolie uit op tafel staande olielampjes op het nog hete barbecuerooster gegooid. Hierdoor is brand ontstaan waardoor het partycentrum waar de maaltijd plaatsvond voor een groot deel is afgebrand. In geding is of de werkgever voor de schade aansprakelijk is op grond van art. 6:170 lid 1 BW. De werkgever heeft betwist dat sprake is van functioneel verband tussen het gooien van de lampenolie op de barbecue en de opgedragen werkzaamheden. De rechtbank gaat in deze fase van de procedure veronderstellenderwijs ervan uit dat het gooien van de lampenolie op de barbecue een toerekenbare onrechtmatige daad van de werknemers oplevert. De kernvraag is dan of er voldoende verband bestaat tussen deze gedraging en de aan de werknemers opgedragen taak. In dit verband is enerzijds van belang dat de gedraging heeft plaatsgevonden tijdens een festiviteit, georganiseerd en betaald door de werkgever, ten behoeve van personeelsleden en hun partners. Anderzijds vond de bijeenkomst niet plaats op de werkplek en bovendien buiten werktijd. De activiteiten tijdens de bijeenkomst – bowlen en barbecuen – stonden ver af van de reguliere hoveniersen timmerwerkzaamheden en er werd daarbij geen gebruik gemaakt van zaken die door de werkgever ter beschikking waren gesteld. Een en ander betekent dat er onvoldoende verband bestaat tussen de werkzaamheden van de werknemers en hun aanwezigheid op het personeelsfeest. Daaraan doet niet af dat het personeelsfeest wellicht ook ten doel had om de saamhorigheid, de bedrijfsbinding en de band tussen het uitvoerend personeel en het management te vergroten. Ook indien de werkgever beoogde bedrijfsdoelstellingen te dienen met het personeelsfeest, dan is dat nog onvoldoende om de deelname aan het feest aan te merken als behorend bij het verrichten van arbeid. Daar komt bij dat niet is gesteld of gebleken dat afwezigheid tijdens de bewuste avond arbeidsrechtelijke consequenties zou kunnen hebben.

Terug naar overzicht