Rechtbank Zutphen 07-09-2000, NJkort 2000, 88


Loon. Ziekte (tijdens detentie).

Een zieke werknemer wordt gedetineerd en de werkgever betaalt geen loon door. Zowel de kantonrechter als de rechtbank zijn van oordeel dat er geen aanleiding bestaat voor een onderscheid tussen een zieke werknemer die tijdens ziekte gedetineerd raakt en de gedetineerde werknemer die tijdens detentie ziek wordt. De rechtbank overweegt dat art. 7:627 BW (geen arbeid geen loon) hoofdregel is. Art. 7:628 BW maakt hierop een uitzondering (tenzij oorzaak voor rekening van de werkgever dient te komen) en art. 7:629 BW stelt dat ziekte in redelijkheid voor rekening van de werkgever dient te komen. Art. 7:629 BW maakt geen absolute uitzondering op art. 7:627 BW maar geeft een specifieke invulling aan art. 7:628 lid 1 BW. Ook volgens de wetsgeschiedenis geldt de loondoorbetalingsplicht niet indien de verhindering primair een andere oorzaak heeft dan ziekte. In geval van samenloop van ziekte en detentie geldt primair detentie als verhindering. Daarbij maakt het niet uit of de werknemer voorafgaand aan of tijdens de detentie ziek wordt. "Primair" hangt niet af van het tijdstip waarop de verhindering plaatsvindt, maar van de aard en het gewicht van de verhindering. Het doet er ook niet toe of er een causaal verband bestaat tussen de arbeidsongeschiktheid en de detentie. Dat maakt in de verhouding tot de werkgever geen verschil.

Verder lezen
Terug naar overzicht