Rechtbank Zutphen 13-09-2001, JAR 2002, 13


Bedrijfsongeval. Beroepsziekte. Verjaring.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 13.

De werknemer stelt dat hij als gevolg van zijn werkzaamheden OPS (organisch psychosyndroom) heeft opgelopen. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de vordering tot vergoeding van de schade als gevolg van de OPS is verjaard. De werknemer is ziek geworden in december 1988. Hij heeft de werkgever in december 1995 aansprakelijk gesteld en heeft zich bij brief van 11 november 1997 ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehouden. In hoger beroep stelt de werknemer dat hij eerst in december 1992 ermee bekend is geworden dat zijn arbeidsongeschiktheid het gevolg is van een oplosmiddelenintoxicatie, dit nadat de neuroloog dit aan zijn huisarts heeft laten weten. Toen hij voor het eerst arbeidsongeschikt werd, wist hij de oorzaak van zijn ziekte nog niet (zeker). Zijn huisarts was toen van mening dat de klachten psychisch van aard waren. De rechtbank overweegt dat het criterium "bekend is geworden" (met de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon) in art. 3:310 lid 1 BW subjectief moet worden opgevat. Het komt er op aan dat degene die zich op de verjaringstermijn beroept, stelt en zonodig bewijst dat de benadeelde daadwerkelijk bekend was met de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon. Dit impliceert dat de benadeelde voldoende feiten en omstandigheden kent om een causaal verband tussen de schade en de aansprakelijke persoon mogelijk te achten. In onderhavig geval heeft de werknemer tijdens zijn bezoek aan de huisarts op 27 december 1988 wel geopperd dat zijn klachten veroorzaakt zouden kunnen zijn door de blootstelling aan chemicaliën op het werk, maar heeft zijn huisarts nog niet in die richting gedacht. De huisarts heeft hem doorverwezen naar de bedrijfsgezondheidskundige dienst en heeft bloedonderzoek laten verrichten, maar daar kwam niet uit naar voren dat er een relatie was met het werk. De werknemer is toen doorverwezen naar het RIAGG. Gelet op deze omstandigheden en op het feit dat de werknemer een wisselend klachtenpatroon had - onder andere hoofdpijn, moeheid, duizeligheid en agressiviteit - kan niet gezegd worden dat hij reeds in 1988 bekend was met het causaal verband tussen zijn klachten en zijn werk. Deze bekendheid is eerst ontstaan na het neurologisch onderzoek. Nu de verjaring binnen vijf jaar na dit onderzoek is gestuit, is de vordering van de werknemer niet verjaard.

Verder lezen
Terug naar overzicht