Rechtbank Zwolle 14-07-1999, JAR 1999, 212


Bepaalde tijd. Loon.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 212.

Een buitendienstverzekeringsadviseur met een dienstverband voor één jaar gedurende tien uur per week, salaris NLG 697,75 bruto per maand, vordert vijf maanden achterstallig salaris. De werkgever stelt dat de werknemer sinds april 1999 de overeengekomen arbeid niet heeft verricht. De werknemer erkent in de betreffende periode de werkzaamheden niet te hebben verricht. Hij stelt dat dit te wijten is aan de werkgever, die geen advertenties heeft geplaatst, de werknemer niet heeft ingewerkt of begeleid, noch de werknemer heeft aangesproken op zijn functioneren. De kantonrechter wijst de vordering toe. De rechtbank overweegt dat op grond van art. 7:627 BW geen loon is verschuldigd gedurende een periode waarin de werknemer geen arbeid heeft verricht, tenzij de oorzaak hiervan in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen. Volgens de rechtbank dient een werkgever zich ten opzichte van zijn werknemer actief op te stellen door hem te instrueren en te begeleiden, zeker ingeval het gaat om onervaren werknemers. Door dit na te laten, komt het niet nakomen van de arbeidsverplichting in beginsel voor rekening van de werkgever en zou de werkgever het loon dienen door te betalen, tenzij de werknemer de werkgever verhinderd heeft hem instructies te geven. De werkgever stelt dat de werknemer na zijn verhuizing geen nieuw adres heeft doorgegeven. De werknemer betwist dit. De rechtbank is van oordeel dat van een werkgever enige inspanning mag worden verwacht om de werknemer te bereiken teneinde diens functioneren te bespreken. Nu de werkgever dit heeft nagelaten komt de rechtbank tot de conclusie dat hoewel de werknemer niet heeft gewerkt na 1 april 1999, de werkgever niettemin loon is verschuldigd. De rechtbank bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.

Terug naar overzicht