Rechtbank Zwolle 17-05-2000, JAR 2000, 192


Directeur. Ontslag(name) op staande voet. Schadeloosstelling (contractuele). Gefixeerde schadevergoeding.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 192.

Een directeur neemt op staande voet ontslag nadat hem gebleken was dat er achter zijn rug om opdracht was gegeven aan een recherchebureau tot een onderzoek aangaande zijn persoon. In de arbeidsovereenkomst was een afvloeiingsregeling bij voorbaat opgenomen, ook in het geval van ontslagname in de situatie dat van hem redelijkerwijs niet gevergd kon worden zijn functie nog langer te vervullen. De werknemer vordert de contractuele schadevergoeding en de werkgever vordert in reconventie de gefixeerde schadevergoeding wegens het niet in acht nemen van de opzegtermijn. De rechtbank interpreteert de clausule van de contractuele afvloeiingsregeling ruim, zodat ook een ontslagname op staande voet wegens een intern conflict daaronder kan vallen. Nu de werknemer na eerste geruchten over een mogelijk onderzoek naar hem de geruststelling van enkele hooggeplaatsten had gekregen dat dat onzin was, waarna een en ander toch bleek uit een opdrachtbevestiging aan het recherchebureau, acht de rechtbank, indien zulks door de werknemer wordt bewezen een dringende reden welke een beroep op de contractuele afvloeiingsregeling rechtvaardigde. Het bewijs wordt vervolgens niet geleverd geacht, zodat zijn vordering wordt afgewezen. Met betrekking tot de reconventionele vordering van de werkgever gelast de rechtbank een comparitie van partijen.

Terug naar overzicht