Rente verschuldigd aan een op Aruba gevestigd verbonden lichaam niet aftrekbaar


Samenvatting

Belanghebbende, een naar Nederlands recht opgerichte besloten vennootschap, heeft een schuld aan een op Aruba gevestigd verbonden lichaam die samenhangt met het schuldig blijven van de koopsom voor het verwerven van verschillende onroerende zaken, en anderzijds met de intragroep financiering van andere investeringen die belanghebbende heeft gedaan. In geschil is of art. 10a, lid 2, onderdeel c, Wet VPB in de weg staat aan de aftrekbaarheid van de aan het verbonden lichaam verschuldigde rente.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat in een geval als dit sprake is van een geldlening die verband houdt met een aanwending van vermogen door belanghebbende als bedoeld in voornoemde wettelijke bepaling. Nu belanghebbende niet aannemelijk maakt dat aan de geldlening(en) en de daarmee verband houdende rechtshandelingen in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag liggen en over de rente op Aruba niet een naar Nederlandse maatstaven redelijke belasting wordt geheven, is de rente niet aftrekbaar. Verder oordeelt de rechtbank dat de BRK en het EG-Verdrag niet aan de beperkende maatregel in de weg staan. Voor het EG-Verdrag geldt daarbij dat in dit geval uitsluitend dient te worden getoetst aan de vrijheid van vestiging, en niet wordt toegekomen aan een toetsing aan de vrijheid van kapitaalverkeer.

(Beroep ongegrond.)

Commentaar

Het belang van deze uitspraak is beperkt tot boekjaren die zijn aangevangen vóór 1 januari 2007, aangezien vanaf deze datum art. 10a, lid 2, onderdeel c, Wet VPB 1969 niet langer in de wet is opgenomen. Op basis van art. 10a, lid 2, onderdeel c, Wet VPB 1969 komt rente niet in aftrek indien sprake is van een geldlening…

Verder lezen
Terug naar overzicht