Sign. - 106. Vaststelling vaderschap


De Let M woont sinds de zomer van 2005 samen met V. In 2006 bevalt V van een kind. M zorgt voor V en kind, ook financieel. Als hij voorstelt om zijn vaderschap ten aanzien van het kind te laten registreren, weigert V dat. M deelt haar vervolgens mede dat hij – bij gebreke aan haar medewerking – zulks langs gerechtelijke weg zal bewerkstelligen. V staat M vanaf dat moment niet langer toe om het kind te zien. M raadpleegt een advocaat en vraagt een afschrift van de geboorteakte op. Daaruit blijkt dat het kind de dag daarvoor door X (een onbekende voor M), met toestemming van V, is erkend.
M start een procedure waarin hij om een DNA-test verzoekt en hem als vader te registreren. V en X stellen dat M hiertoe niet gerechtigd is en dat M nimmer met V heeft samengewoond. De Letse rechtbank volgt het verweer van V en X en wijst de verzoeken van M af. In hoger beroep krijgt M echter alsnog gelijk. Uit het daarop volgend DNA-onderzoek blijkt dat M de vader is van het kind. Het verzoek van M om als vader geregistreerd te worden, wordt echter alsnog afgewezen, omdat de Letse wet niet toestaat dat de biologische vader een vrijwillige erkenning van vaderschap aantast. Dit door de rechtbank gegeven oordeel legt M voor aan het hof, dat de rechtbank in het ongelijk stelt. Daarmee is M evenwel niet geholpen; het Letse hof stelt vast dat het kind in een familiesituatie met V en X leeft, zodat om die reden het verzoek van M niet toegewezen kan worden…

Terug naar overzicht