Sign. - 111. Omgangsrecht onmogelijk gemaakt door ex-partner


De Italiaan M kan zijn omgangsrecht ten aanzien van zijn zoon Z niet uitoefenen. Zijn ex-partner V heeft het gezag over Z gekregen nadat de relatie beëindigd was en maakt het voor M onmogelijk zijn zoon te zien. Gedurende een periode van drie jaar dient M zonder succes verschillende verzoeken in bij het Italiaanse gerecht teneinde zijn omgangsrecht te doen honoreren. Uiteindelijk wordt – naar aanleiding van het verzet van V en de verslechtering in de psychologische toestand van Z – een bezoekregeling opgesteld. M heeft vervolgens contact met Z, maar beslist na enige tijd – omdat Z hem niet wenst te zien – om geen omgang meer te hebben. Een jaar later bepaalt het Italiaanse gerecht dat M en V moeten samenwerken en bewerkstelligen dat M en Z elkaar eens per week zien. M klaagt nu bij het Europese Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) dat hij – ondanks dat hij beschikte over een aantal gerechtelijke beslissingen die hem een recht op omgang toekenden – sinds 2006 geen omgang heeft gehad met Z, hetgeen in strijd is met artikel 8 EVRM.
Volgens M heeft hij door toedoen van V en het stilzitten van de bevoegde autoriteiten zijn omgangsrecht niet kunnen uitoefenen. De autoriteiten waren bekend met het gedrag van V en het effect daarvan op de relatie tussen M en Z. Het Italiaanse gerecht heeft V weliswaar meermaals opgedragen haar medewerking te verlenen, maar hebben nagelaten om op te treden (bijvoorbeeld door het ouderlijk gezag aan M toe te wijzen) toen V weigerde hieraan te voldoen.
Op enig moment hebben de autoriteiten pogingen ondernomen erop toe te zien dat de omgangsregeling werd nagekomen…

Terug naar overzicht