Sign. - 112. Ombudsman: Raad voor de Kinderbescherming neemt onterecht informatie uit de tweede hand op in haar rapport


M is met V verwikkeld geweest in een aantal juridische procedures met betrekking tot onder meer het gezag over (en de omgang met) hun kind. In dit kader heeft de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek verricht en advies uitgebracht. Het onderzoek omvatte onder meer een telefoongesprek met de therapeut van V, waarvan een weergave is opgenomen in het Raadsrapport. In het telefoongesprek komt de therapeut met een oordeel over M als persoon en geeft hij dienaangaande advies aan de Raad.
M klaagt bij de Nationale Ombudsman dat de Raad de door de therapeut gedane uitlatingen over zijn persoon heeft opgenomen in haar rapportage, terwijl de therapeut hem nooit heeft gezien of gesproken en de therapeut met betrekking tot die uitlatingen een maatregel is opgelegd door de beroepsgroep.
De Nationale Ombudsman is van oordeel dat van de Raad mag worden verwacht dat het alleen die onderzoeksgegevens opneemt in het rapport, die relevant zijn voor een adequate onderbouwing van het advies. De passage in het rapport met betrekking tot de therapeut is niet relevant voor de onderbouwing van het oordeel. Immers, in de gegeven situatie is het beeld dat de therapeut van M schetst niet gebaseerd op feiten of eigen waarneming. Daarmee dient ook zijn advies met betrekking tot M aan de Raad geen enkel doel. Daarbij komt dat met het opnemen ervan in het rapport de schijn wordt gewekt dat de uitlating relevant is voor het advies. Dat is echter niet het geval. Hiermee heeft de Raad in strijd met de vereiste professionaliteit gehandeld.

(Nationale Ombudsman 23 december 2013, rapport 2013/205)

Terug naar overzicht