Sign. - 12. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap: schuld of schenking?


In het kader van hun echtscheiding twisten M en V over de vraag of sprake is van een schuld aan of een schenking van de ouders van M. Het hof is van oordeel dat is komen vast te staan dat M met zijn ouders is overeengekomen dat hij een bedrag van €?22.000 zou lenen; V heeft het bestaan van de leningovereenkomst ook niet betwist. Zij heeft slechts aangevoerd dat daaraan geen uitvoering is gegeven. Die stelling wordt evenwel verworpen. V heeft immers niet weersproken dat de ouders – na het sluiten van de overeenkomst – een bedrag van (meer dan) €?22.000 aan M hebben overgemaakt. Dat het zou gaan om 'financiële ondersteuning' die niet hoeft te worden terugbetaald, zoals V stelt, is onvoldoende onderbouwd. In het bijzonder heeft M voldoende toegelicht waarom er bij de uitvoering van de overeenkomst enigszins is afgeweken van hetgeen zijn ouders en hij aanvankelijk waren overeengekomen. De omstandigheid dat – naar V stelt – de ontvangen bedragen niet zijn besteed aan de aflossing van schulden, maar aan andere doelen, ontneemt aan de betalingen van de ouders van M nog niet het karakter van een lening.
V meent dat M dan ook dient mee te betalen aan de 'financiële ondersteuning' ten bedrage van €?16.951,67 die zij van haar ouders heeft ontvangen. Volgens haar dient M de helft van dit bedrag aan haar ouders te betalen. Het hof begrijpt dat V bedoelt te zeggen dat dit (negatieve) bedrag in de huwelijksgemeenschap valt, zodat dit ook in de verdeling behoort te worden betrokken. Zij heeft deze stelling echter…

Terug naar overzicht