Sign. - 13. Werkzaamheden aan privéwoning leidden niet tot vergoedingsrecht


Tot hun echtscheiding waren M en V gehuwd in gemeenschap van goederen. Vóór het huwelijk was M samen met zijn vader gerechtigd tot een woning die behoorde tot een huwelijksgoederengemeenschap die was ontbonden door het overlijden van M's moeder. In haar testament had moeder onder meer een uitsluitingsclausule opgenomen. Het huis is aan M toegedeeld, waarbij hij de overbedelingsschuld aan vader schuldig bleef. Volgens V is M haar, vanwege de door haar verrichte verbouwingswerkzaamheden aan de woning, een vergoeding verschuldigd (de zogeheten récompense).
Het hof overweegt dat de woning door de verdeling deel uitmaakt van de onder een uitsluitingsclausule aan M toegevallen erfrechtelijke verkrijging van zijn moeder. Daarmee behoren de woning en de opstallen die na de verkrijging zijn geplaatst tot zijn privévermogen. V heeft onvoldoende aangetoond dat M door de verbouwing een bedrag aan de gemeenschap verschuldigd is. De kosten van verven, behangen en tuinbeplanting rekent het hof tot kosten van de gezamenlijke huishouding en leiden volgens het hof niet tot een vergoedingsrecht. Dezelfde motivering gebruikt het hof voor de arbeid die V aan de woning heeft verricht.

(Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 september 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:8900)

Terug naar overzicht