Sign. - 21. Niet betalen kinderalimentatie = lijfsdwang


M en V zijn in 1991 met elkaar gehuwd, welk huwelijk in 2007 door echtscheiding is ontbonden. Uit het huwelijk zijn twee, thans nog minderjarige kinderen geboren. In 2010 heeft het hof de door M te betalen kinderalimentatie bepaald op €?75 per kind per maand. M is in 2011 hertrouwd. V vormt met de kinderen van partijen een eenoudergezin. Zij ontvangt aan WAO- en WW-uitkeringen in totaal €?913 netto per maand. M weigert de kinderalimentatie te betalen. V heeft het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) ingeschakeld, dat tevergeefs heeft geprobeerd de alimentatie te innen. Volgens M is sprake van betalingsonmacht. V verzoekt de tenuitvoerlegging van de beschikking van het hof te bevelen bij lijfsdwang. M verzoekt het hof, met een beroep op artikel 1:401 lid 1 BW (gewijzigde omstandigheden), de door hem te betalen kinderalimentatie op nihil te stellen.
Het hof overweegt als volgt. M stelt dat hij onvoldoende draagkracht heeft om de vastgestelde kinderalimentatie te voldoen. Tegenover de gemotiveerde betwisting van V, lag het op zijn weg deze stelling te onderbouwen, onder meer door het overleggen van stukken waaruit zijn financiële situatie blijkt. M heeft dit echter nagelaten, hetgeen voor zijn rekening en risico dient te komen. Nu M het hof niet in staat stelt zijn financiële situatie te beoordelen, moet ervan worden uitgegaan dat hij voldoende draagkracht had en nog steeds heeft om de door het hof vastgestelde bijdrage te voldoen. Het hof wijst het verzoek van M af.
Het hof is van oordeel dat V – gelet op haar financiële situatie – voldoende duidelijk heeft gemaakt…

Terug naar overzicht