Sign. - 26. Aantal ondertoezichtstellingen voor het eerst sinds 2007 onder 30.000


Het aantal ondertoezichtstellingen (OTS) is het afgelopen jaar blijven dalen, waardoor de ingezette trend voorgezet wordt. Het aantal is het laagst sinds 2007. Ook is er vaker en sneller persoonlijk contact tussen hulpverlener en gezin. In meer dan de helft van de gevallen is dit nu het geval. Dat blijkt uit de brief die staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie) op 22 november aan de Tweede Kamer heeft gezonden.
De afname was in 2011 2% en in 2012 4% (in getallen: eind 2010: 32.565, eind 2011: 32.062 en eind 2012: 30.745). Ook in het eerste halfjaar van 2013 is een daling van 4% gerealiseerd: het aantal OTS bedroeg aan het einde van het tweede kwartaal 29.610 en daarmee is het totaal aantal OTS in Nederland voor het eerst sinds 2007 onder de 30.000 gekomen.
Naast een daling van het aantal OTS is er een stijging van het aantal voogdijen in dezelfde periode. Er kan direct tot voogdij worden overgegaan (bijvoorbeeld bij overlijden van ouders of wanneer ouders niet meer in staat zijn voor hun kinderen te zorgen), maar ook indirect, volgend op een periode van OTS. In het eerste halfjaar van 2013 waren 8.354 voogdijzaken (een stijging van 2,5% ten opzichte van 31 december 2012).
Over de tijdspanne tussen de uitspraak van een kinderrechter en het eerste persoonlijke contact van een jeugdbeschermer met een kind, was Teeven ontevreden. In 2012 bleek dat in 33% van de gevallen binnen vijf werkdagen contact was tussen een gezin en een hulpverlener. …

Terug naar overzicht