Sign. - 296. Hoge Raad komt niet terug van pluraliteitsvereiste faillietverklaring (HR 24 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:488, «JOR» 2017/183,


De Hoge Raad komt niet terug van zijn vaste rechtspraak voor het uitspreken van een faillietverklaring geldende vereiste dat de schuldenaar meer dan één schuldeiser heeft.

De Hoge Raad overweegt als volgt. Het onderdeel keert zich tegen het oordeel van het hof dat voor faillietverklaring noodzakelijk is dat de schuldenaar, naast de vordering van de aanvrager, ook die van een of meer andere schuldeisers onbetaald laat. Het onderdeel betoogt dat in het kader van een faillissementsaanvraag slechts de vraag beantwoord moet worden of de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen (art. 1 lid 1 Fw en art. 6 lid 3 Fw), waarbij pluraliteit van schuldeisers geen noodzakelijke voorwaarde is. Met deze klacht wordt beoogd de Hoge Raad te doen terugkomen van het krachtens zijn vaste rechtspraak voor het uitspreken van een faillietverklaring geldende vereiste dat de schuldenaar meer dan één schuldeiser heeft (zie laatstelijk HR 11 juli 2014, «JOR» 2015/175, m.nt. Berzona). De klacht faalt. De Hoge Raad ziet geen aanleiding van zijn vaste rechtspraak terug te komen. De voor een faillietverklaring geldende eis dat summierlijk blijkt van een steunvordering, vindt volgens die rechtspraak zijn rechtvaardiging hierin dat het faillissement ten doel heeft het vermogen van de schuldenaar te verdelen onder diens gezamenlijke schuldeisers. Met dat doel strookt niet de faillietverklaring van een schuldenaar die slechts één schuldeiser heeft. In dit verband is mede van belang dat voornoemd doel ook in het wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht tot uitgangspunt wordt genomen, en dat het pluraliteitsvereiste hierin niet ter discussie wordt gesteld. Dat de wetgever het pluraliteitsvereiste onderschrijft, blijkt ook uit de wetsgeschiedenis van het…

Verder lezen
Terug naar overzicht