Sign. - 34. Vervangende toestemming voor verhuizing naar Curaçao voor maximaal drie jaar


M en V zijn in 2006 gehuwd. Sedert 2008 leven partijen gescheiden. Het huwelijk is in 2009 door echtscheiding ontbonden. Uit het huwelijk is in 2006 zoon Z geboren. M en V oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over hem uit. De rechtbank heeft de hoofdverblijfplaats van Z bij V bepaald en een co-ouderschapsregeling vastgesteld. V woont inmiddels samen met X, met wie zij een samenlevingscontract heeft gesloten. Z heeft ADHD en de stoornis van Gilles de la Tourette. V verzoekt haar vervangende toestemming te verlenen om voor maximaal drie jaar met Z naar Curaçao te verhuizen. De rechtbank wijst het verzoek af. V gaat in hoger beroep.
Volgens het hof is voldoende aannemelijk geworden dat het zwaartepunt van de dagelijkse verzorging en opvoeding van Z bij V ligt. Het hof is dan ook van oordeel dat het binnen deze zorgtaak van V past dat zij in beginsel de vrijheid krijgt daaraan invulling te geven, ook indien zij op Curaçao een nieuw bestaan wil opbouwen. Mede gelet op de samenlevingsovereenkomst is voldoende aangetoond dat V een bestendige relatie met X heeft. X is in juli 2013 voor drie jaar uitgezonden naar Curaçao voor zijn werk bij het ministerie van Defensie. Het belang van V om voor drie jaar te verhuizen naar Curaçao is daarmee voldoende aannemelijk geworden. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat V na terugkeer van Curaçao haar woning in [gemeente] weer kan betrekken en haar opleiding kan vervolgen.
Het hof is niet gebleken dat het belang van Z zich tegen een verhuizing naar Curaçao verzet. Afgelopen zomervakantie is Z op Curaçao geweest, waar hij heeft genoten van de…

Terug naar overzicht