Sign. - 38. Adoptieverzoek stiefvader, tegenspraak vader


Het huwelijk tussen V en X is in 2002 door echtscheiding ontbonden. Uit dit huwelijk zijn vier, inmiddels meerderjarige kinderen geboren. Vervolgens krijgt V een relatie met M. Uit die relatie wordt in 2005 zoon Z geboren, over wie V alleen het gezag uitoefent. V en M treden in 2007 met elkaar in het huwelijk. In 2009 wordt het huwelijk door echtscheiding ontbonden, omdat V weer een relatie met X is begonnen. V en X zijn in 2012 opnieuw met elkaar gehuwd. V en X verzoeken de adoptie uit te spreken over Z met X als adoptiefvader. M verzet zich tegen het verzoek. De rechtbank wijst het verzoek af. V en X gaan in hoger beroep.
X beroept zich op artikel 1:228 lid 2 sub b BW. Hij stelt dat tijdens het huwelijk van M en V sprake was van huiselijk geweld en dat Z vroeger ernstig door M werd verwaarloosd, ten gevolge waarvan Z thans met een ontwikkelingsachterstand en hechtingsproblematiek kampt. Ook thans wordt Z verwaarloosd door M, zo stelt X, nu M geen enkel contact met hem zoekt. M verwijst naar een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, waaruit een en ander blijkt.
Het hof honoreert het beroep van X op artikel 1:228 lid 2 sub b BW niet. Uit het Raadsrapport blijkt weliswaar dat de thuissituatie voor Z onveilig is geweest, dat daardoor ernstige tekorten zijn ontstaan in zijn ontwikkeling en dat er mogelijk sprake is geweest van mishandeling door M, maar in het rapport is uitsluitend de visie van V opgenomen. Daar komt bij dat M al hetgeen gesteld is…

Verder lezen
Terug naar overzicht