Sign. - 5. Hof spreekt tegelijkertijd de echtscheiding en de scheiding van tafel en bed uit


M en V zijn in 2009 op huwelijkse voorwaarden met elkaar gehuwd. Uit het huwelijk zijn geen kinderen geboren. In 2011 beëindigen partijen feitelijk hun relatie, als V de echtelijke woning verlaat. Op verzoek van V spreekt de rechtbank op 18 januari 2013 de echtscheiding tussen partijen uit en bepaalt dat M €?500 per maand aan partneralimentatie dient te voldoen.
In hoger beroep verzoekt M het hof, zulks op grond van zijn geloofsovertuiging, niet de echtscheiding maar de scheiding van tafel en bed uit te spreken. Daarnaast betwist M dat V de vrouw recht heeft op (en behoefte heeft aan) alimentatie.
Gezien enerzijds het (herhaalde) verzoek van V om de echtscheiding uit te spreken en anderzijds het verzoek van M in hoger beroep om de scheiding van tafel en bed uit te spreken, stelt het hof vast dat partijen het erover eens zijn dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht.
Nu de duurzame ontwrichting vaststaat, spreekt het hof de scheiding van tafel en bed tussen partijen uit. Nu echter V de verderstrekkende (immers tot ontbinding van het huwelijk leidende) echtscheiding wenst, wijst het hof ook dat verzoek toe. De door M opgeworpen bezwaren daartegen (voortkomend uit zijn geloofsovertuiging) staan daar niet aan in de weg.
Het hof concludeert dat geen rechtsregel in de weg staat aan het gelijktijdig uitspreken van de scheiding van tafel en bed en de echtscheiding. Weliswaar bepaalt artikel 1:150 BW dat echtscheiding niet mogelijk is als de echtgenoten reeds van tafel en bed zijn gescheiden (voor ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed is artikel 1:179 BW aangewezen…

Terug naar overzicht