Sign. - 52. Hoge Raad stelt regels over horen minderjarigen in familiezaken


In oktober 2011 heeft het hof de dan 13-jarige Z voor de duur van een jaar onder toezicht gesteld en een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen vader M en moeder V vastgesteld. In februari 2012 heeft Bureau Jeugdzorg de kinderrechter verzocht de omgangsregeling tussen M en Z te wijzigen en vervangende toestemming te verlenen voor medische behandeling van Z. Na het horen van Z in maart 2012, heeft de kinderrechter – bij beschikking van 10 april 2012 – beide verzoeken ingewilligd.
In hoger beroep bekrachtigt het hof de beschikking van de kinderrechter. Omtrent het horen van de op dat moment 14-jaar oude Z overweegt het hof: 'Bij brief van 11 september 2012 heeft het hof [Z] in de gelegenheid gesteld om zijn mening mondeling kenbaar te maken op 31 oktober 2012. Hiervan is geen gebruik gemaakt, aangezien (...) Jeugdzorg een dergelijk kinderverhoor te belastend vond voor [Z]. [Z] is, zo blijkt uit de mededelingen van Jeugdzorg, niet in de beslissing van Jeugdzorg gekend [en] heeft ook geen kennis genomen van de uitnodiging van het hof. Hoewel de mening van [Z] (...) niet tot een andere beslissing zou hebben geleid, laat dit onverlet dat Jeugdzorg niet zonder meer had mogen beslissen [Z] zelfs niet op gesprek te laten komen bij de rechter zonder [Z] zelfs maar in kennis te stellen van de uitnodiging daartoe. Jeugdzorg heeft (...) erkend dat deze handelwijze ongelukkig is geweest.'
In cassatie betoogt M dat het hof, op grond van artikel 809 Rv, gehouden was Z te horen, althans hem een reële…

Verder lezen
Terug naar overzicht