Sign. - 7. Periodiek verrekenbeding: winst is niet te compenseren met verlies


M en V zijn op huwelijkse voorwaarden met elkaar gehuwd. Omdat zij nimmer uitvoering hebben gegeven aan het in de huwelijkse voorwaarden opgenomen periodieke verrekenbeding, twisten partijen na hun echtscheiding over de vraag of de eenmanszaak van M tot het te verrekenen vermogen behoort. Volgens V heeft M de winst telkens in het bedrijf geïnvesteerd, waardoor de waarde van de onderneming tijdens het huwelijk is toegenomen. M werpt tegen dat per saldo geen overgespaard inkomen in de onderneming is geïnvesteerd, aangezien de winsten in sommige jaren zijn gebruikt om verliezen in andere jaren af te dekken. Tijdens het huwelijk is per saldo een verlies van €?25.000 geleden.
In hoger beroep verwerpt het hof het verweer van M. Volgens het hof wordt op grond van het verrekenbeding overgespaard inkomen jaarlijks verrekend, maar vindt er geen verliesverrekening plaats. Dat brengt mee dat in de goede jaren het batig saldo met V verrekend had moeten worden (en nu dit is nagelaten: het resultaat van de belegging daarvan in de onderneming bij het einde van het huwelijk wordt afgerekend) en in slechte jaren het verlies voor eigen rekening van M komt c.q. op het ondernemingsvermogen drukt.

(Gerechtshof Amsterdam 16 juli 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:4416)

Terug naar overzicht