Sign. - 76. Verrekening aandelen omdat bv-kapitaal is toe te rekenen aan verrekenbaar inkomen


Het huwelijk van M en V is door echtscheiding ontbonden. In hun huwelijkse voorwaarden was een periodiek verrekenbeding opgenomen, maar hieraan is geen uitvoering gegeven. Partijen twisten over de vraag of de aandelen die M had in twee bv's alsnog in de verrekening moeten worden betrokken op de voet van artikel 1:141 lid 1 BW.
M voert aan dat de aandelen in de bv's destijds zijn volgestort met geld dat hij van zijn ouders heeft geleend. Nu sprake is van geleend geld, hoeft er volgens M – verwijzend naar HR 8 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV9605 – niet verrekend te worden.
In hoger beroep overweegt het hof dat deze stelling van M alleen juist indien op de lening niet is afgelost, of indien is afgelost met privégelden die niet voor verrekening in aanmerking komen. Indien de lening is afgelost met te verrekenen vermogen, moet de waarde van de onderneming gewoon worden verrekend. Voor verrekening komen ook in aanmerking de opgepotte winsten in een bv en het overgespaarde inkomen dat tijdens het verrekentijdvak is belegd in deze op zichzelf niet te verrekenen vermogensbestanddelen (HR 10 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI4387). Het hof stelt vast dat de onderhavige lening is afgelost met gelden die behoren tot het verrekenbaar inkomen, zodat de waarde van de aandelen tussen M en V moet worden verrekend.

(Gerechtshof Den Bosch 19 november 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:5467)

Verder lezen
Terug naar overzicht