Sign. - 8. Uitleg huwelijkse voorwaarden


In de huwelijkse voorwaarden van M en V is onder meer bepaald dat na echtscheiding voor vervreemding van bepaalde goederen de toestemming van de andere echtgenoot is vereist. Nadat het huwelijk van M en V duurzaam was ontwricht, doch voordat er formeel sprake was van een echtscheiding, heeft V als enig eigenaar een woning verkocht en ten overstaan van notaris N overgedragen aan een derde zonder dat toestemming van M is gevraagd. Omdat M van mening is dat voor de overdracht wel zijn toestemming was vereist, heeft hij een klacht tegen N ingediend.
In tegenstelling tot de Kamer van Toezicht acht het hof de klacht gegrond. Volgens het hof is de redactie van de litigieuze bepaling in de huwelijkse voorwaarden niet duidelijk, waardoor N niet op grond van een letterlijke interpretatie van de clausule tot het oordeel mocht komen dat de toestemming van M alleen was vereist indien formeel sprake was van een echtscheiding. N had nader onderzoek moeten doen naar de bedoeling van M en V.
Vervolgens is M een civielrechtelijke procedure tegen N gestart. M stelt dat hij schade heeft geleden omdat N bij de overdracht van de woning geen toestemming van M heeft gevraagd.
De rechtbank heeft de vordering afgewezen, daartoe overwegende dat artikel 1:88 BW niet van toepassing is, omdat M ten tijde van de verkoop de woning niet meer bewoonde. Volgens de rechtbank was evenmin op grond van de litigieuze clausule in de huwelijkse voorwaarden de toestemming van M vereist, nu deze bepaling alleen geldt als de woning wordt vervreemd na de formele echtscheiding.
In hoger beroep stelt M dat artikel 1:88 BW hier wel degelijk van toepassing is…

Terug naar overzicht