Sign. - Aanslag schenkbelasting van 18 miljoen voor 2-jarige dochter


De vader heeft een trust naar het recht van de staat New York opgericht. In de Trust Agreement is onder meer bepaald dat de dochter eerst recht op het vermogen krijgt op haar 18e levensjaar (in 2017), als zij een testament kan maken, danwel op haar 21e levensjaar (in 2020), als zij voor het eerst een actueel en afdwingbaar recht van 2% per jaar op het trustvermogen had. Op haar 50e jaar zal het hele vermogen aan haar zijn uitgekeerd.
De belastinginspecteur stelt zich op het standpunt dat de trust een afgezonderd particulier vermogen is in de zin van artikel 2.14a lid 2 Wet IB 2001, dat op grond van lid 1 aan de vader wordt toegerekend. De vader bestrijdt niet dat sprake is van een afgezonderd particulier vermogen, maar stelt zich op het standpunt dat op grond van de toerekeningsregels van artikel 2.14a Wet IB 2001 er per saldo geen vermogen aan hem wordt toegerekend, zodat er geen schenkbelasting is verschuldigd.
Volgens de rechtbank verkreeg de dochter op het moment dat het trustvermogen werd ingebracht een concreet juridisch afdwingbaar recht op het totale trustvermogen. Dat die aanspraken op dit moment nog niet opeisbaar zijn, doet daar niet aan af. Het is voldoende dat vast staat dat die aanspraken in de toekomst opeisbaar zijn. Dat op dit moment onzekerheid bestaat over de waarde van het trustvermogen ten tijde van de uitkeringen, zodat nu nog niet bekend is wat het bedrag van de op een percentage van het trustvermogen vastgestelde uitkeringen zal zijn, leidt evenmin tot een ander oordeel.
De rechter laat de aanslag schenkbelasting van € 18 miljoen in stand…

Terug naar overzicht