Sign. - Adoptie zonder toestemming van de moeder


De Kroatische V heeft op 19-jarige leeftijd een kind gekregen. Het kind is – met toestemming van V – in een pleeggezin geplaatst. Op enig moment verzoekt de Kroatische sociale dienst de rechtbank om V van haar ouderlijke rechten te ontheffen. V verschijnt niet in die procedure.
In 2010 ontheft de Kroatische rechtbank V uit het ouderlijk gezag, omdat zij een lichte mentale onbekwaamheid heeft en niet voor het kind kan zorgen.
Als V kennis neemt van die beslissingen, zoekt zij rechtsbijstand om hoger beroep in te stellen. Voordat aan haar een advocaat is toegewezen, verloopt echter de appeltermijn.
V maakt daarop een procedure aanhangig teneinde haar ouderlijke rechten te herstellen. Omdat het kind – zonder medeweten van V – gedurende de procedure is geadopteerd door een derde, wordt het verzoek van V afgewezen. V klaagt bij het EHRM dat haar recht op family life (artikel 8 EVRM) is geschonden.
Volgens het EHRM leidt een ouder ontheffen van het ouderlijk gezag en het opgeven van een kind voor adoptie in beginsel tot inbreuk op artikel 8 EVRM. Echter, in het onderhavige geval zijn de beslissingen genomen op basis van nationaal recht om het kind te beschermen, zodat de inbreuk gerechtvaardigd is.
Het EHRM onderzoekt vervolgens of de adoptieprocedure in overeenstemming met artikel 8 EVRM heeft plaatsgevonden, waarbij van belang is dat in Kroatië het Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie ('s-Gravenhage, 1993) niet van toepassing is.
Indien een ouder uit het ouderlijk gezag is ontheven, is zijn/haar toestemming niet langer vereist voor adoptie…

Terug naar overzicht