Sign. - Afspraak over lastenverdeling blijft bestaan tot de man de woning verlaat


M en V kopen samen een huis. Ze sluiten op 1 september 2009 een samenlevingsovereenkomst, waaruit volgt dat zij in onderling overleg zullen bepalen hoeveel ieder van hen zal bijdragen in de kosten van de gemeenschappelijke huishouding. Tot deze kosten worden ook de rente en de aflossing van de hypothecaire geldlening gerekend. Partijen besluiten dat M de hypotheek betaalt en V de overige lasten. Op 15 januari 2013 stuurt de Rabobank een brief aan partijen, waaruit blijkt dat er een achterstand van € 7.837 in de hypotheekbetalingen is opgebouwd. Op 29 januari 2013 wordt M door V gedagvaard. M en V wonen dan nog samen. Daags daarna verlaat M de woning. V vordert in rechte dat M de hypotheeklasten blijft doorbetalen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat M en V de helft van de hypotheeklasten dienen te dragen. V gaat in hoger beroep. Volgens haar heeft de voorzieningenrechter ten onrechte geen rekening gehouden met de andere lasten die zij betaalde en betaalt, en ook is geen rekening gehouden met de belastingteruggave ad € 453 per maand, die M ter zake van de betaling van de rente op de hypothecaire geldleningen ontvangt.
Naar het oordeel van het hof kan M tot het moment dat hij de woning verliet, gehouden worden geacht de betaling van de hypothecaire lasten voort te zetten, zoals hij deed tijdens de relatie van partijen. Dit betekent dat het hof hem tot 29 januari 2013 gehouden acht tot betaling van de volledige hypothecaire lasten. Niet bestreden is immers dat V – in elk geval tot die datum – de andere lasten van de gemeenschappelijke huishouding voor haar rekening nam. Op het moment…

Terug naar overzicht